Bovenhandse schouderklacht

In 1972 bracht een beroemd Amerikaans orthopedisch chirurg, Charles Neer, een baanbrekend artikel uit over een veelvoorkomende schouderklacht. Een goed artikel was het niet. Vandaag de dag zouden we het eerder een blog noemen. Desondanks veranderde deze blog de orthopedie en fysiotherapie voor de volgende halve eeuw.

Om dit beter te begrijpen zullen we eerst een klein deel van de anatomie van de schouder moeten bespreken. Het schoudergewricht bestaat, net zoals de heup, uit een kop en een kom. Op de schouderkop hechten verschillende pezen aan die zorgen dat je de arm kan bewegen en stabiliseren in het schoudergewricht. Boven de schouderkop bevindt zich het schouderdak. Bij een beweging van de schouder omhoog, moet de schouderkop onder het schouderdak door rollen. Wanneer dit goed verloopt, kan je met de arm helemaal boven het hoofd komen.

Charles Neer beargumenteerde dat de meest voorkomende oorzaak van bovenhandse schouderklachten een inklemming (impingement) zou zijn van een pees of slijmbeurs. De schouderkop loopt hierbij dan tegen het schouderdak aan, waardoor een structuur wordt ingeklemd. In 1983 schreef Neer dat 95% van de spierscheuringen in de schouder ontstond door een impingement. De behandeling; gedeeltelijke verwijdering van het schouderdak om inklemming te voorkomen. In de afgelopen 50 jaar zijn wereldwijd miljoenen mensen deze operatie ondergaan. Meestal met goed resultaat.

Gelukkig staat de wereld van fysiotherapie niet stil en worden ook oude waarheden opnieuw onder de loep genomen. Zo zijn de afgelopen 10 jaar verschillende onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat het schouderdak helemaal geen invloed lijkt te hebben op deze schouderklachten. Dit wordt onderzocht door de resultaten van verschillende operatietechnieken op lange termijn met elkaar te vergelijken. Uit onderzoek blijkt dat gedeeltelijke verwijdering van het schouderdak in combinatie met verwijdering van de slijmbeurs net zo goede resultaten kent als alleen verwijdering van de slijmbeurs. Hierdoor kan beargumenteerd worden dat de verwijdering van het schouderdak overbodig is. Dit zet vraagtekens bij de invloed van het schouderdak op de klacht.

Waarom verdwijnen klachten dan na zo’n operatie? Hier zijn enkele hypotheses voor. Ten eerste kunnen de verplichte weken rust na een operatie al zorgen voor klachtenvermindering, waarna een rustige opbouw in een revalidatie zorgt voor een volledig herstel. Ten tweede zijn er onderzoeken gedaan die uitwijzen dat het placebo effect van grote waarde kan zijn bij een operatie. Dit geldt niet alleen voor deze operatietechniek, maar ook voor andere operaties.

Inmiddels is er veel wetenschappelijk bewijs dat een oefenprogramma net zo goed helpt als een operatie voor deze ‘impingement’ klacht. Ook bij een kleine spierscheuring in de schouder werkt een oefenprogramma net zo goed om van de klachten af te komen. Zelfs bij een volledige spierscheuring in de schouder ondervindt 75% van de gevallen voordeel bij een oefenprogramma, waardoor een operatie niet meer nodig is.
Los van deze positieve resultaten heeft een oefenprogramma natuurlijk ook een positief effect op de gezondheid!

De term ‘impingement’ is dus niet meer van deze tijd. Het komt echter bij schouderklachten voor dat een structuur bedrukt kan worden tussen de schouderkop en het schouderdak. De oorzaak is alleen niet het schouderdak, maar het falen in de aansturing van de spieren. Dit ontstaat door bijvoorbeeld spierzwakte, spiervermoeidheid en/of betrokkenheid van de nekwervels. De schouderkop wordt hierdoor niet goed gecontroleerd door de spieren, waardoor de beweging niet zuiver kan verlopen. Dit veroorzaakt pijn en irritatie.
Overbelasting van de spieren blijft de belangrijkste factor in het ontstaan van schouderklachten.

In plaats van een operatie zijn behandelingen nu gericht op het zoveel mogelijk wegnemen van de pijnprikkel door mobilisatietechnieken of spierspanning verlagende interventies. Vervolgens wordt door middel van krachttraining de schouder versterkt in zijn functie. Door het trainen van de spieren wordt de kans op spiervermoeidheid en overbelasting kleiner, waardoor een eventuele terugkeer van de klacht voorkomen kan worden.

 

Bron: Lewis J. (2018). The end of an era? Journal Orthopaedic Sports Physical Therapy;48(3):127–9.